7. Culturele sensitiviteit

Nederland is een multiculturele samenleving. Dit betekent dat er in ons land veel verschillende culturen leven. Een multiculturele samenleving impliceert niet dat de verschillende culturen samenleven. Culturen leven vaak naast elkaar, zonder enig contact of interactie.

 

Tegenwoordig wordt er veel aandacht besteed aan het belang van een interculturele samenleving. Hiermee bedoelen we dat je samenleeft met verschillende culturen én in dialoog gaat met elkaar. Het is pas in de ontmoeting met elkaar dat je de ander leert kennen. En die kennis draagt bij tot de verdraagzaamheid van mensen; op straat, in een vereniging of op het werk.

 

Binnen Huis voor Taal komen medewerkers en vrijwilligers in contact met inwoners met diverse culturele achtergronden. Voor deze ontmoetingen is cultuursensitief werken dan ook enorm belangrijk.

 

Cultuursensitiviteit is het bewustzijn dat de eigen normen en waarden niet voor iedereen gelden. Iemand die cultuursensitief is kan anders tegen een onbekende situatie aankijken zonder hier direct een negatief oordeel over te hebben (Cultuursensitieve zorg, Vilans 2019).

 

Deelnemers met uiteenlopende culturele achtergronden hebben begeleiding nodig die bij hun behoeften aansluit. In de praktijk is het soms lastig om de kenmerken van elkaars achtergronden goed te begrijpen. Aan de ene kant wordt verwacht dat iemand met een niet westerse cultuur zich aan past aan de Nederlandse normen en waarden. Aan de andere kant verlangt de persoon met een niet westerse cultuur ernaar om zichzelf te kunnen uiten en geaccepteerd te worden. We weten dat cultuur wel degelijk invloed heeft op wie je bent en wat je nodig hebt. Respectvol omgaan met elkaar is dan essentieel.

Interculturele competenties zijn: De kennis, vaardigheden en attitude die nodig zijn om succesvol te kunnen communiceren met mensen uit andere culturen in diverse contexten.

Als je wilt werken aan interculturele competenties en interculturele misverstanden probeert te verklaren, kun je dit doen aan de hand van de drie stappenmethode van David Pinto:

  1. (IK) Leer je eigen normen en waarden kennen. * Een toevoeging vanuit Huis voor Taal is daarnaast dat je meedenkt in het herkennen en bestrijden van vooroordelen, racisme en andere vormen van discriminatie binnen Huis voor Taal.
  2. (ZIJ) Leer de normen en waarden en gedragscodes van de ander kennen. * Je hebt enige informatie opgezocht over de ander en je bent bereid ook echt contact te maken.
  3. (WIJ) Stel samen met de ander vast hoe je om kunt gaan met de verschillen en waar de eigen grenzen liggen voor aanpassing en acceptatie. * Je bent bereid de ander te respecteren en samen aan de slag te gaan met zijn/haar (taal)vraag.

 

Misschien herken je iets van deze vragen:

  • Vindt ze dat echt of durft ze geen ‘nee’ te zeggen?
  • Kan ik wel zo direct zijn?
  • Ik vraag geïnteresseerd naar wat hem beweegt, maar hij vraagt nooit iets aan mij terug.
  • Hoe kan ik hem nou motiveren?
  • ‘Zoveel dankbaarheid, daar wordt ik ongemakkelijk van’ of juist ‘Kan er nou geen bedankje af’?
  • Kan ik nou wel of niet vragen stellen over het vluchtverhaal?
  • Kan ik dat wel weigeren (eten, uitnodiging…)?
  • Ze zegt zo gemakkelijk een afspraak af, ook vlak van te voren.

 

Veel van de Huis voor Taal deelnemers komen uit een ander land met vaak andere gewoonten en rituelen. Daarnaast doet migratie wat met mensen, met hun families, hun kinderen. Wat is het effect daarvan op leren, werken, ambities en motivatie. Welke kansen en zorgen hebben zij. Hoe steunen zij hun kinderen, welke opvoeding kiezen zij in het nieuwe land. Wat motiveert hen tot zelfredzaamheid, tot leren en werken. Hoe is de relatie met het land van herkomst. Hoe gaat het met de gezondheid en financieel.

Cultuursensitief werken betekent eigenlijk dat je je als vrijwilliger verdiept in de ander, met alles wat dat met zich meebrengt. Ondanks alle goede bedoelingen van jou als vrijwilliger kunnen nog allerlei vooroordelen, bewust of onbewust een rol spelen.

Een paar mooie voorbeelden van verschillen tussen mensen met andere culturele achtergronden:

  1. PERCEPTIE VAN TIJD
    In Nederland hebben we een lineaire perceptie van tijd. Dat betekent dat we ons leven voornamelijk planmatig indelen. Een taak wordt eerst afgerond voordat de ander wordt opgepakt. Eén ding tegelijk. We zijn resultaatgericht en de focus is op de deadline. We houden vast aan het schema. De nadruk ligt op snelheid en een goede organisatie ten opzichte van flexibiliteit. Nederland (samen met enkele andere Noord-Europese landen) is hierin een uitzondering. In de rest van de wereld heeft men doorgaans een flexibele perceptie van tijd. Taken worden gewijzigd wanneer er kansen zich voordoen. Veel dingen worden tegelijk behandeld en onderbrekingen worden geaccepteerd.

Tips hoe om te gaan met een verschil in perceptie van tijd
● Wat is jouw eigen tijdsbeleving?
● Wordt er in het materiaal dat je gebruikt aandacht besteed aan tijdsbeleving?
● Ga in gesprek: wat vind jij nog acceptabel en wat vindt de anderstalige acceptabel en beleefd?
● Oefen samen met de anderstalige: hoe kun je wennen aan een lineaire perceptie van tijd?

 

  1. COMMUNICEREN IN HOGE OF LAGE CONTEXT EN JA ZEGGEN EN IETS ANDERS BEDOELEN

In Nederland is de norm om in lage context te communiceren. Dit betekent dat alle informatie om de boodschap te kunnen begrijpen, in het bericht zelf zit: het is recht voor zijn raap communiceren. In het merendeel van de landen in de wereld is men gewend om in hoge context te communiceren. Bij hoog-context communiceren is er een verwachting van een gedeeld referentiekader, waaraan veelvuldig gerefereerd wordt in een gesprek.

De communicatie is voornamelijk indirect, waarin veel – vaak de belangrijkste! – informatie niet uitgesproken wordt. Hieruit volgt dat communicatie voornamelijk in persoonlijke ontmoetingen plaatsvindt.

Tips om te gaan met een verschil in de wijze van communiceren
Ben je zelf direct en recht voor zijn raap? Bespreek dit met de anderstalige.Geef tips: hoe blijf je beleefd en vriendelijk maar wel in lage context?

  • Ben je zelf direct en recht voor zijn raap? Bespreek dit met de anderstalige.
  • Geef tips: hoe blijf je beleefd en vriendelijk maar wel in lage context?
  • Welke zinnetjes kun je hiervoor oefenen?
  • Oefen met de anderstalige: hoe zeg je beleefd ‘nee’?
  • Vat het gezegde samen en laat de anderstalige later zelf een samenvatting geven

Om je kennis te verbreden over de diverse culturen kan je informatie opzoeken.

Het KIS en PHAROS zijn twee landelijke organisaties waar veel aandacht is voor vraagstukken over integratie in de samenleving.

Het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) verzamelt kennis rond vraagstukken over integratie, migratie en diversiteit. Op de website staat bijvoorbeeld uitleg over hoe je Eritrese nieuwkomers het beste ondersteuning kan bieden. Via de link

https://www.kis.nl/video/eritrese-nieuwkomers-hoe-ondersteun-je-ze-bij-hun-integratie, kan je een kort filmpje zien over de problematiek.

 

Pharos is een organisatie die zich inzet om de gezondheidsverschillen in de samenleving te verkleinen. Hiervoor biedt zij trainingen aan en ontwikkelen ook veel voorlichtingsmateriaal in eenvoudige taal (vaak ook vertaald in diverse andere talen). Zij hebben heel mooi materiaal over Gezond leven.

https://www.pharos.nl/kennisbank/gezond-leven-module-gezond-inburgeren-wachtkamervideos/

Wil je meer weten of heb je nog vragen? Je coördinator kan je vast verder helpen.

Dat je als vrijwilliger samen optrekt met de nieuwkomer helpt vaak al om meer verbondenheid te voelen. Dat contact maken met de ander is best lastig vooral wanneer sprake is van een hele vreemde cultuur waar je nog nooit mee in aanraking bent gekomen. Wees je bewust van deze situatie en benader de ander met respect. Geef vertrouwen en leg jezelf niet te veel druk op de schouders. Jij hoeft ook niet alles op te lossen. Jij bent als taalvrijwilliger om iemand te helpen met de Nederlandse taal.

Aandachtspunten voor het leuk en effectief laten verlopen van een taalontmoeting:

  • Fouten maken mag, Wees flexibel en heb geduld. Praat niet te snel en las af en toe een pauze in.
  • Probeer voordat je in gesprek gaat wat meer informatie op te zoeken over het land en de gewoonten waar de ander vandaan komt. Ga met de ander hierover in gesprek. Wees nieuwsgierig en oordeel niet.
  • Zoek bij een heel laagtaalvaardige inwoner naar mogelijkheden om in de moedertaal bepaalde begrippen uit te leggen. Dat kan met een vertaaltool op internet of via een kennis of familielid. Dit maakt de communicatie in het begin wat makkelijker.

Twijfel je of voel je je onzeker over de situatie met je deelnemer? Denk je dat hier meer achter zit en dat hier culturele verschillen een rol kunnen spelen? Maak het bespreekbaar bij je coördinator.

- Training grenzen stellen
Als vrijwilliger neem je ook jezelf mee. Je kennis en de manier waarop je met mensen omgaat is iets van jou. Hoe zet je die kwaliteiten in en waar moet je rekening mee houden? Humanitas heeft voor vrijwilligers diverse
trainingen online beschikbaar gesteld. Het advies is om de training Grenzen stellen te volgen. Iedere vrijwilliger komt wel eens in de positie dat meer van je wordt gevraagd. Deze training helpt je om je grenzen te herkennen,